© Copyright 2019 My Site

De Uitvaartdienst



Van 1931 tot 2020, maar liefst 89 jaar. Wat is er allemaal gebeurd in die tijd? Zwart-wit tv, de tweede Wereldoorlog, de hongerwinter, Duitsland opgedeeld, de Koude Oorlog in wereld, de hete oorlog in Vietnam, de atoombom, de polio inenting, de landing op de maan, kleuren tv, Duitsland verenigd, van Louis Armstrong naar Justin Bieber, van luchtpostbrief naar facebook, van Semafoon naar iPhone, van EGMK naar EU, zeven pausen, één huwelijk, vijf kinderen, drie verhuizingen. Je zal het maar meemaken.

Ons eerste huis aan de Bonckenburchstraat 20, met een kolenhaard en later een olietank in het kolenhok. Dropjes halen bij de buurvrouw, mevrouw Droge. De verhuizing naar Bonckenburchstraat nummer 2, op het hoekje, met een garage met een dak vol spinnen. De verhuizing naar de Johannes Poststraat, waar wij als kinderen het ontstaan van een huis voor het eerst meemaakten. Gonny, die van dat huis weer een thuis maakte.

De vakanties in heel Europa, en de rust waarmee Gonny de regelmatige regenbuien die onze tent onder water zette in Frankrijk, België, Duitsland, Denemarken, Engeland, Italië en Zwitserland trotseerde, was dezelfde als die waarmee ze ons kalmeerde op de Beekse Bergen waar we ‘s nachts wakker werden van brullende leeuwen. Het was ook de rust waarmee ze kookte voor 6, 12 of 30 personen. Die rust kenden wij niet als we mee moesten/mochten boodschappen doen, want daar rende ze als een kievit, reden waarom we allemaal lang geworden zijn, een kunstgreep van de evolutie om te verhinderen dat we haar kwijt raakten, wat nu toch gebeurd is.

Rennen, dat kon ze, maar de sportclub dat mocht niet. Studeren wilde ze, maar dat vond haar moeder niets. Een atlas, die had ze willen hebben, maar weer vond haar moeder dat niets voor meisjes. Uiteindelijk heeft ze er van Caroline toch nog één gekregen. Op haar laatste reis had ze geen atlas nodig, ze wist precies waar ze heen wilde: Naar Ernest, haar verloren zoon.

Overigens, haar tien in boekhouding heeft ze ons nog lang voorgehouden.

In al haar rust kon ze toch wel degelijk van zich afbijten; ik kan me de man van de stomerij herinneren die een pak van Ton terugbracht, en of het nu gekreukt of fout gestreken was weet ik niet meer, maar hij kroop op z’n knieën terug in z’n zwart/wit geblokte Volkswagen busje.

Ook op de vele vakanties werd alles met dezelfde rust geregeld en georganiseerd, en de verschrikte blikken van restauranthouders door half Europa als we weer met een man of twaalf kwamen aanzetten staat me nog steeds duidelijk voor ogen, een blik die Gonny zelf nooit zou opzetten, ook al kwam Ton ’s avonds om elf uur nog met een paar collega’s van de raad of B&W nog even de gemeentelijke (of kerkelijke) politiek regelen bij een hapje en een drankje. Hoeveel politieke crisissen zijn bezworen bij wat ik bijna Bommeliaans ‘een eenvoudige, doch voedzame maaltijd’, zou noemen (die overigens zelden eenvoudig waren, maar inderdaad zeer voedzaam) valt niet te becijferen. Ze heeft er de Nobelprijs voor de Vrede ruimschoots mee verdiend.


Wie nu het gevoel zou krijgen dat Gonny rust-zonder-mening was, die moet ik toch corrigeren. Ze had een eigen mening, die ze ofwel onder woorden bracht, ofwel door kleine gebaren en een duidelijk ‘hm’ liet merken, wat voor de goede verstaander genoeg was om te precies te weten hoe ze er over dacht. Maar ze liet je doen, ook al was het er lang niet altijd mee eens. “Nada te turbe”, “Laat niets je verontrusten”. Dat vraagt groot vertrouwen, een groot verstand en een groot hart. Ze had het allemaal.

Ook nadat wij zelf onze weg gegaan waren, gingen Ton & Gonny met veel plezier op vakantie. Wekenlang waren ze in Indonesië en Sri Lanka onderweg, en een paar jaar later verrasten ze ons met de mededeling dat ze naar Marokko gingen. Dat vond ik maar matig, maar zou ik mijn ouders een vakantie verbieden? Een paar dagen later belden ze op, “we gaan naar niet Marokko’. Wat een opluchting. Maar ik was te vroeg : “We gaan 6 weken naar Australië”. En overal werden ze met dezelfde hartelijkheid ontvangen als Gonny iedereen thuis ontving. Of het nu ging om Peruaanse vluchtelingen, de dochter van een collega die Nederlands moest leren, Silvia, Anja en Caroline met vrienden en vriendinnen, de collega’s van alle kinderen, iedereen was welkom. Heemskerk werd voor Silvia, Anja en Caroline een tweede thuis, Anja liet zich zelfs de coördinaten van Heemskerk op haar schouder tatoeëren. Je zo thuis te voelen, dat was wat Gonny ze allemaal gaf.

Maar ook zelf steeds weer onderweg, naar de familie Knodt in Ochtendung, de familie Trutt in Ichertswil, de kinderen en hún kinderen in Zwitserland, sleeën in Savognin, nog heel lang vlogen, reden en voeren ze in alle windstreken. Ook taalkundig deed ze haar woordje en sprak Duits en Engels en verstond zelfs het Zwitsers-Duits van haar buitenlandse kleinkinderen.

Het mag schijnen dat Ton hier geen rol in speelt, maar als deze indruk ontstaat is dat verkeerd. Ze waren een goed team, en Ton verloor op 7 April niet alleen zijn vrouw, maar vooral ook z’n maatje.

Als je opbelde en vroeg “En, hoe gaat het?”, dan was het antwoord steevast “Och, joh, het rommelt wel”. Zelfs toen ze steeds meer moeite kreeg met lopen, bleef ze optimistisch en kwam ook in de rolstoel mee naar Zeeland, de Keukenhof, de markt en de Hema. Het koppie bleef het uitstekend doen; ze kende nog steeds de hele stamboom uit haar hoofd, en kon zich goed en scherp herinneren aan al die vele gemeenschappelijke momenten. En met Rummikub moest je verdraaid goed oppassen om het niet tegen haar af te leggen. Ook met de moderne technologie kon ze het best vinden en vroeg dan ook wel eens om een ‘selfie’.

Nog maakten we ons weinig zorgen toen ze met wat vage klachten in het ziekenhuis werd ogenomen, alhoewel Corona natuurlijk door ons hoofd spookte. Via Skype konden we haar nog één keer zien, ze kende ons allemaal, en bedankte ons.

Toen lachte ze de dood in het gezicht uit en ging zelf. Aan het leven van deze kleine, intelligente, moedige vrouw, jouw echtgenote, Ton, gedurende meer dan 60 jaar, onze moeder, de oma van mijn kinderen, kwam op 7 April een einde.

Caroline stelde zich voor dat ze na een bezoekje aan de hemelse Hema nu in het zonnetje zit met een kopje koffie.
Je hebt het verdiend, Gonny, maar wat zullen we je missen. 

Lieve mama,
Afgelopen Dinsdag heb je afscheide genomen van ons. Net als vandaag konden we neit allemaal ech bij je zijn. In gedachten en in ons hart zijn we net als Dinsdag allemaal dicht bij je, Dank zij moderne techniek en twee lieve vrienden kan iedereen ook op afstand bij jouw afscheid zijn. Mijn zus Lideke, haar man Gijs, hun kindeen Yuri en Ryan, mijn schoonzus Silvi en de kinderen en schoonkinderen Anja en Wanda, Caroline en Alex.

Dinsdag nam je afcheied van ons, vandaag nemen we afscheid van jou. In kleine kring, zoals dat heet. Zoal dat moet. Maar er zijn zoveel mensen die vandaag aan je denken en een kaarjse voor je branden dat de kerk in gedachte meet dan vol zit, zoals dat had gemoeten. 

Veel van die mensen heebn ooit bij jou en Toon aan tafel gezeten. Op je inmiddles legendarische tafelkleed hebben velen hun naam geschreven - we hebben het tafelklee meegenomen, zodat ze er een beetje bij zijn.

In de vele kaartjes, brieven en mail schrijft bijna iedereeen over de warme gastvrijheid en de overheerlijke maaltijden. Ik moest denken aan de titel van een boek dat al langer dan ik me kan herinneren bij jou in de keuken staat - Één miljoen feestelijke menu's. Dat komt wel in de buurt, denk ik. Dat boek bestaat uit allerlei verschillende gerechten die je onderling kunt kombineren, En dat is wat je heel goed kon: uitgaaan van wat er ws en daarmee inproviseren. "Ach wat een heerlijke soep - mag ik daar het recept van?" Het is en restje van de saus van gister, met tomaten, een paprikaatje en een scheutje room... Nooit twee keer hetzelfde, altijd lekker.

Voor jou was er nooit een probleem, maar altijd een oplossing. Toon kon bellen - de vergadering loopt wat uit, ik ben wat later voor het eten, maar kan ik dan twee mensen meenemen? Het kon altijd. De hoeveelheid etene wer vermeerderd zonder dat de smaak er minder van werd. Voor iedereen was we ten alle tijde een stoel, een bord of als dat nodig of gemakkelijker was een slaapplaats. Ook onze vrienden en logees waren altij welkom, zlfs toen we al niet meer thuis woonden.

Je improvisatie talent kwan natuurlijk ook ten goed aan onsm de kinderen, Veel van onze kleding maakte je zelf. Als wij een tekeningtje maakte vn wat we wilden, paste jij een bestaand patroon aan naar onze wensen.

Van jou, met jou heb ik ook geleerde te kiken naar de gewone dingen die soms zo bijzonder zijn Wat zou je genoten hebben van deze mooie lente, met die uitbundige bloesem. Toen ik op kleuetrschool zat kwamen we een keer te laat omdat we onderweg de spinennwebben hadden bekeken waar die mooie dauwdruppels op zaten. Juf was een beetje boos, maar maam zie - ach, dit was even belangrijker. 

Het improviseren en accepteren van de situatie zoals die is en daar het beste van te maken, het mooie zien kiezen voor wat echt belangrijk is - het zijn eigenschappen die we de laatste dagen hard nodig gehad hebben, en de komende tijd zeker nog nodig gaan hebben, nu we het moeten doen zonder jou. Maar met in gedachetn je warmte, je iefde voor ons, je aandacht voor anderen, en je gastvrijheid als inspiratie, voor nu en later. Je hebt het ons zo vaak voorgedaan, we moeten het nu zelf kunnen. Je mag het nu aan ons overlaten. Rust zacht, lieve mamma.

Mijn Mama

Luister daar, dat is de viool van Sjanneke…………
en daar, daar hoor je de gitaar van Lowie
en op gepaste afstand zit Peter
Maar waar is Lied?

Oh ja Corona, ……….
Maar luister …………….Mama Mia (abba) dat moet Lied zijn


In 1990 ging ik naar Zwitserland vanaf toen waren we niet vaak fysiek bij elkaar maar we belden veel.


Afgelopen dinsdag voegde we er iets nieuws aan toe praten met beeld via de skype.

Ik kon je zien met alle andern in Zwitserland.
We zagen je moe en fragiel,
maar we zagen ook dat je koos voor je zelf
terwijl Sam en Ton bij je waren.

Mijn mama……………..onze mama

Donderdag de dag voordat je naar het ziekenhuis ging telefoneerde we nog. Je gaf me nog een tip hoe ik mijn tuinkussens moest naaien……….

Mijn mama……………..onze mama

De perfekte gastvrouw, de super kok
mijn mama ……………..onze mama

Ik kijk nu mee over skype en zing door mijn tranen mee
Mama Mia

Mijn mama ……………..onze lieve mama

Lieve Gonny
Ik heb jou en Toon leren kennen toen je 81 jaar oud was. Jij vond jezelf toen nog niet oud.. iets wat best grappig is als je die leeftijd hebt. Maar eerlijkheidshalve begin ik het langzamerhand wat beter te begrijpen hoe dat zo kan. Je scherpe geest zat nog vol elan en je had oog voor het kelinet detail.
Ik bergrijp wel waarom Toon op je gevallen was, ale kende ik je maar een klein stukje van je rijke lange leven.
Dat neit betekent dat je geen misère hebt gekend, maar juist daardoor de mooie dingen in je leven zo goed mogelijk hebt kunnen omarmen.

Lief en zorgzaam en modies tot het laatst, maar af en toe kon je ook pittig om de hoek komen als je iets niet zonde of Toon het volgens jou aan het verkeerde eind had. 

Blij dat je mijn handtekening nog op jullie fantastische tafelkleed naas die van Lowie hebt geborduurd. Graag had ik jou mijn laatste schilderiejen laten zien.
Ik hopp da je nu van boven meekijkt en straks een seintje geeft wanneer jij en Ernest en alle anderen dierbaren die jou zijn voorgegaan wee mag ontmoeten. 

Dag Lieve Gonny.